Home Voorstellen Nieuwste ontwikkelingen De basis Epona Artikelen Foto's Contact  Links 



Terug naar de Basis


Het begrip Natural Balance is per definitie, simpelweg gebruik maken van het ontwerp van Moeder Natuur, om van daaruit te ontdekken wat het verschil is met onze huidige paarden. Sommige mensen zeggen al snel “We rijden niet op wilde paarden”, onze paarden zijn anders.
Het is een feit, dat alle paarden hetzelfde geboren worden en alle verschillen in de voeten zijn het gevolg van de invloeden van buitenaf, zoals het klimaat en de bodem waar het veulen op loopt. Eigenlijk zou het een zeer gunstig effect hebben als je een veulentje, vanaf de geboorte, elke dag zo’n tien minuten over de straat zou laten lopen.
Sinds eeuwen zijn hoefsmeden, artsen en paardeneigenaren al blij om de natuurlijke hoef te gebruiken als maatstaf voor de gezondheid van ons huidige paard.
De informatie is langzaam op gang gekomen en heeft tot veel misstanden geleidt met betrekking tot Natural Balance. Door onbegrip zijn er vaak verkeerde hoefbehandelingen toegepast.
Sommige woorden en termen hebben ook voor misverstanden geleidt bij hoefverzorging en het beslaan van paarden.
Helaas is er geen pasklare oplossing voor het evenwicht of de behandeling van de hoef, want de meeste paarden kunnen niet op 4 punten van de zool of wand staan. Er zijn enkele consequente richtlijnen, die we kunnen gebruiken om in het noodzakelijk onderhoud van het paard te voorzien.

Er zijn enkele consequente richtlijnen, die we kunnen gebruiken om in het noodzakelijk onderhoud van het paard te voorzien.

Richtlijn 1. Hoe loopt het paard
Het lijkt wel of de meeste hoefsmeden te druk zijn met bekappen of beslaan, het is heel belangrijk om te weten hoe een paard zich voelt en hoe een paard zich beweegt, daarom kijken we eerst hoe een paard loopt en vooral hoe hij z’n voet neerzet, dit vertelt veel over de achterkant van de voet en over de conditie van de diepe buigpees, een voet met een gezonde diepe buigpees raakt met de achterkant van de voet als eerste de grond.
Wat doen we met deze informatie, nog niets, het is simpelweg een observatie om in een later stadium, samen met andere observaties, te gebruiken. Hetzelfde met: alleen een röntgenfoto, alleen een buigproef of verdoving van de zenuw, met een enkel gegeven kun je geen specifieke diagnose stellen voor een kreupelheidonderzoek, het is alleen een verrijking van onze kennis. Wat we van een gezonde voet weten is dat hij eerst op de achterkant neerkomt.
Paarden die niet op niet op deze manier neerkomen, kunnen kreupelgevoelig worden.
De beste manier om een paard te zien lopen is, als hij je tegemoet komt.
Ga zelf schuin tegenover de schouder staan en kijk dan naar het omhoogkomen van de teen, als de voet de grond raakt. Wanneer je de teen omhoog ziet komen, dan heb je een “heel first landing “. Landt een paard op z’n teen
(struikelproblemen) of plat, dan betekent dat spanning op de pees, wat eventueel tot peesproblemen kan leiden.

Richtlijn 2. Het ontdekken van eventuele problemen
Traditionele hoefsmeden focussen hun aandacht vaak op het voorste gedeelte van de voet, hoog in de verzenen en de hoefwand. We weten dat de hoefwand niet gemaakt is om gewicht te dragen. De meeste van ons denken dat een normaal passend ijzer direct onder de teen behoort te zitten met een dikte van enkele millimeters.
We weten nu dat een ijzer, op deze manier geplaatst, een trekkende kracht veroorzaakt aan de rest van de voet, inclusief zool, straal en verzenen geeft, welke de hoef wegtrekt uit z’n cruciale positie ten opzichte van het hoefbeen. Om hoefaandoeningen te identificeren en te benoemen, zullen we toch eerst moeten weten en herkennen wat hoefaandoeningen zijn.
Om gebruik te maken van de balans in de voeten bij wilde paarden, beginnen we eerst met het opzoeken van het centrum van de voet. Dit is meestal het breedste gedeelte van de hoef ( voorvoet ), waar de steunsels eindigen bij de straal. Dit is ongeveer 2 cm achter de punt van de straal, als we op dit punt inwendig kijken, dan komen we op de plek waar de “deep digital flexor tendon “ hecht aan het hoefbeen.
Begin met een goede staalborstel de hoef te reinigen en krab de straalgroeven goed uit, zodat je alle delen van de voet goed kunt zien. Teken een lijn met een markeerstift over het breedste gedeelte van de voet. Probeer daarna het einde van de voet te vinden door een lijn te trekken achterop de verzenen waar de straalgroeven eindigen. Dit is het deel waar het paard het eerst op land. ( Fig. 2. )



Richtlijn 3. Evaluatie breakover
Uit onderzoek bij wilde paarden is gebleken dat het breakoverpoint, oftewel afrolpunt constant op 2 ½ cm. voorbij het uiterste punt van het hoefbeen ligt. ( Fig. 3. ) Dit punt is gecreëerd op het harde gedeelte van de zool, de sole callus, een mooie afgeronde dorsal hoefwand, verkregen door een constante beweging met een goede afwikkeling van de voet. Dit geeft ook weer een betere doorbloeding.


Als we dan willen vaststellen waar het afrolpunt zit bij onze huidige paarden, dan vinden we vaak geen hard gedeelte wat ons helpt om de 'sole callus' te vinden. Het is vaak uit zijn normale vorm naar voren getrokken.
Als je alle lijnen getrokken hebt en de 'sole callus' gevonden hebt op de natuurlijke hoef, dan staat vast dat het functionerende gewicht van de dragende massa voor éénderde boven het breedste gedeelte van de voet ligt. En tweederde van de massa onder het breedste gedeelte. Om deze formule te gebruiken op onze paarden, komt dus het breakover point vast te staan (fig.5).

 

Ik hou ervan om mijn duim als meetpunt te gebruiken op de punt van de straal. Mijn duim is twee centimeter dik en we weten dat de punt van het hoefbeen meestal 2  tot 2,5 cm vanaf de punt van de straal ligt, dat is afhankelijk van de grootte van de voet (fig.4). Het breakover point ligt normaal gesproken 2 cm vanaf de punt van de straal (fig.3)

Richtlijn 4. Informatie over de zool
Het bekappen van de hoef doet men op basis van het draagvlak van de zool. Dit is hetzelfde draagvlak als het hoefbeen omdat ze parallel liggen ten opzichte van elkaar. Zo creëer je een optimale ondersteuning tijdens het neerkomen en afwikkelen van de voet. Wanneer de verzenen naar ondergeschoven zijn, dan is de inwendige ondersteuning minimaal. De kracht van het neerdalende bot omhult met zacht weefsel, vindt weinig of geen ondersteuning. Dit veroorzaakt onnodige kracht op het zacht weefsel aan de achterkant van de voet.



Richtlijn 5. Ontdekking capaciteit druk verdeling
Het is logisch dat paarden veel zand en klei in de straalgroeven krijgen. Dit is nodig voor de algehele drukverdeling van de gehele hoef.

Deze ondersteuning:
* Minimaliseert de kracht die op de hoefwand komt te staan,
* Zorgt voor een optimale bloedcirculatie in de voet,
* Ondersteunt het zachte weefsel om het hoefbeen, bij de voorwaartse beweging,
* Ontlast het hoefkatrolgebied ( Distal navicular ligament ) ( fig. 6 )
* Ontlast de diepe buigpees (Deep digital flexor tendon ) ( Fig. 7 ) en de hoornlamellen .

Ik denk dat alle paarden dat als zeer prettig zullen ervaren, of ze nu op stal staan of in de wei.

Richtlijnen tot ontwikkeling van het gevoel
Auteur: Mark Plumlee, CJF, RJF, Mission Farrier School.


 

Holistisch Hoefsmid
Ellemieke Fransen
06-22014766
info@hoofcomplete.com